Voor het kleuteronderwijs, groep 1-2, kiezen we bewust voor het samenstellen van "heterogene" groepen, jongste én oudste kleuters samen in één groep. Het "leren van elkaar" is voor ons een belangrijke reden om voor deze groepssamenstelling te kiezen. Kleuters moeten het fijn vinden om naar school te gaan. De leerkracht zorgt voor een gezellige sfeer waarin het kind zich prettig voelt. In het kleuteronderwijs speelt "de kring" een belangrijke rol.
Vele activiteiten worden gezamenlijk in de kring geïntroduceerd. De verwerking wordt in verschillende niveaus aangeboden. Voor "spel" en "spelen" is dagelijks veel tijd beschikbaar. Veelal gaat de ontwikkeling van kleuters spelenderwijs. De leerkracht heeft hierbij een observerende rol. Tevens probeert de leerkracht de kinderen te interesseren voor "nieuwe dingen" die aansluiten bij het niveau en de ontwikkeling van het kind; prikkelend en uitdagend bezig zijn om nieuwe mogelijkheden te ontdekken. Vanzelfsprekend is in de kleutergroepen een ruim aanbod van modern spel- en ontwikkelingsmateriaal aanwezig.

Maatregelen verbetering onderwijskwaliteit aan het jonge kind;
In de afgelopen jaren hebben we heel wat maatregelen genomen ter verbetering van het onderwijs aan het jonge kind.

Het onderwijs in groep 3 t/m 8
Vanaf groep 3 werken we op een wat andere manier. Binnen ons klassikale onderwijs
is het van groot belang dat de kinderen de instructie goed kunnen volgen. Kinderen
moeten een goed zicht op het bord hebben en de leerkracht moet voor alle leerlingen
een centrale plaats innemen. In de opstelling van de groepen houden we hiermee
rekening.
Tijdens de ochtenden staan, veelal vanaf 09.15 uur, de vakgebieden taal, rekenen,
spelling en lezen centraal.
Tijdens de middagen is er meer gelegenheid voor zelfstandig
werken. Op het rooster staan de vakgebieden geschiedenis, aardrijkskunde, natuuronderwijs,
verkeer, muzikale vorming en de creatieve vakken.
In de lessentabel kunt u aflezen hoeveel tijd we per week aan de verschillende
vakken besteden. Het gaat hier om gemiddelden die per leerjaar enigzins van elkaar
kunnen verschillen. We streven er in de komende jaren naar om, binnen het dagelijks
onderwijs, het "zelfstandig werken" een grotere rol te laten spelen. In alle groepen werken leerkrachten aan een gedifferentieerd leerstofaanbod en een ruime variatie van leeractiviteiten.
Uiteraard hebben we met betrekking tot het gymonderwijs rekening te houden met tijden zoals die ons de gemeente wordt toegewezen.
| Lessentabel groep 3-4 | Lessentabel groep 5-8 | |
| Godsdienstige vorming | 1.30 uur | 2.15 uur |
| Taal/lezen | 7.00 uur | 6.45 uur |
| Rekenen | 4.15 uur | 5.15 uur |
| Schrijven | 2.30 uur | 1.00 uur |
| Engels | 0.30 uur | |
| Wereldoriëntatie | 2.15 uur | 4.00 uur |
| Verkeer | 0.45 uur | 0.45 uur |
| Expressie | 2.00 uur | 2.45 uur |
| Bewegingsonderwijs | 1.30 uur | 1.30 uur |
| Pauzes | 1.15 uur | 1.15 uur |
| Totaal: | 23.00 uur | 26.00 uur |
Lezen
Het leesonderwijs begint eigenlijk al in groep 1-2. Kinderen leren klanken
en klankstukken onderscheiden, ze stempelen en krijgen in de meeste gevallen
belangstelling voor letters en woorden. Natuurlijk wordt er veel voorgelezen
en in elke groep is een leeshoek aanwezig. In groep 3 starten we met het aanvankelijk
leesonderwijs. Onze kinderen leren lezen met de methode Veilig Leren Lezen
(nieuwste versie). Volgens planning worden dagelijks de bij de methode behorende
klanken aangeboden. De methode werkt met een organisatiemodel waarbij vanaf
de eerste schoolweek de leerstof gedifferentieerd
(in niveaus) kan worden aangeboden.
Met de verschillende klankstukken kunnen de kinderen al heel snel nieuwe woorden
lezen. Veel aandacht wordt besteed aan de techniek van het lezen. Het is heel
belangrijk dat alle kinderen de nieuw geleerde woorden in één
keer lezen en niet de klanken aan elkaar plakken. De methode Veilig Leren Lezen
biedt, naast de vele leesactiviteiten, vele andere talige activiteiten aan.
Na groep 3 gaan we door met het technisch leesonderwijs. Tot en met groep 6
gebruiken we de methode "Goed Gelezen" voor voortgezet technisch
onderwijs. Jaarlijks nemen we voor het technisch leesonderwijs in groep 3 t/m
8 de CITO-Drie Minutentoets af. In de groepen 3 en 4 worden ook de AVI-toetsen
afgenomen. In de groepen 4 t/m 8 werken we met de methode "Goed Gelezen" voor
Begrijpend/Studerend lezen. In de periode februari-maart maken de leerlingen
van de groepen 4 t/m 8 de CITO-toets Begrijpend Lezen. In alle groepen zijn
ook niveauleesboeken aanwezig en in de klassenbibliotheek staan boeken om het
plezier in het lezen te verhogen.

Schrijven
De methode voor het schrijfonderwijs heet Pennenstreken. Een schrijfmethode die nauw aansluit bij de methode voor het aanvankelijk leesonderwijs. Ook heeft deze schrijfmethode een voorbereidend deel voor de groepen 1-2.
Oudste
(en soms ook de midden-) kleuters krijgen al een eigen schrijfschrift. Het
oefenen van de fijne motoriek is voor heel veel kleuters al een enorme uitdaging.
Ook de grofmotorische bewegingen worden geoefend.
In groep 3 start vervolgens het eigenlijke schrijfonderwijs. We leren alle
kinderen direct de lusletters aan om het aan elkaar schrijven te bevorderen.
In de methode krijgen ook het creatief schrijven en temposchrijven de aandacht.
Het schrijfonderwijs moet er toe leiden dat alle kinderen een duidelijk leesbaar
en verzorgd handschrift krijgen. In groep 8 mogen de kinderen hun eigen handschrift
gaan ontwikkelen.
Medio groep 3 krijgen alle leerlingen een LAMY vulpen.

Taal
Taal is veelomvattend. Voorlezen, praten, luisteren, gedachten onder woorden
brengen, woordenschat uitbreiden en op anderen reageren zijn elementen van
het taalonderwijs. Meer dan vroeger besteden we aandacht aan leren praten,
luisteren naar wat anderen te zeggen hebbenen daarop goed te antwoorden. Maar
natuurlijk leren we de kinderen nog steeds foutloos schrijven.
In groep 1-2 besteden we, vanuit de methode Schatkist structureel aandacht
aan het ontwikkelingsgebied taaldenken. De leerdoelen staan in deze methode
beschreven. Jaarlijks plannen de collega’s van de onderbouw verschillende thema’s waarbinnen vele activiteiten worden aangeboden om deze leerdoelen te halen. In de groepen 4 t/m 8 werken we met de methode Taal op Maat. Ook het spellingonderwijs wordt vanuit deze methode aangeboden. Daarnaast houden de kinderen spreekbeurten, boekbesprekingen en maken ze werkstukken.
Naast de dictees en de methodegebondentoetsen nemen we twee keer per jaar de
Cito-spellingstoets af. Ook besteden we extra aandacht aan kinderen die
op school binnenkomen met een taalachterstand. We hebben hiervoor een NT2 pakket
(Nederlands als tweede taal).

Rekenen
In de groepen 1-2 wordt spelenderwijs en ook heel gericht, aandacht besteed
aan de rekenvoorwaarden. Begrippen als meer/minder, veel/weinig en evenveel
komen aan de orde. Activiteiten met betrekking tot het ontwikkelingsgebied
Reken- denken worden vanuit de methode Schatkist rekenen aangeboden. Veelal
leren de kinderen ook al de symbolen en kunnen ze al telreeksen maken. In de
groepen 3 t/m 8 werken we met de realistische rekenmethode Pluspunt. Deze methode
stimuleert de kinderen om te werken met zelfbedachte of klassikaal afgesproken
rekenstrategieën.
Onderzoek heeft aangetoond dat scholen die met de methode Pluspunt werken op
het rekenonderwijs veelal boven het landelijk gemiddelde scoren.

Wereldoriëntatie
Wereldoriëntatie heeft te maken met het weten en begrijpen van de wereld
om ons heen. In groep 1-2 werken de leerkrachten gedurende één
of meerdere weken rond een bepaald thema. Heel veel begrippen die te maken
hebben met de leefwereld van de kleuters komen aan de orde. Voor geschiedenis,
aardrijkskunde en natuuronderwijs gebruiken we vanaf groep 3 aparte methoden.
In 2007 hebben we het invoeringstraject “vernieuwing methodes Wereldoriëntatie” afgerond:
- "Speurtocht" is de nieuwe geschiedenismethode geworden.
- Voor aardrijkskunde werken we met de methode "De Blauwe Planeet".
- "Natuniek" gebruiken we voor natuur en techniek.
In groep 6 behandelen we de topografie van Nederland, in groep 7 Europa en in groep 8 De Wereld. Televisieprogramma’s waar de groepen naar kijken zijn: Huisje, boompje, beestje; Nieuws uit de natuur en T.V. -weekjournaal.

Verkeer
Voor het verkeersonderwijs maken we in de groepen 3 t/m 8 gebruik van de verkeersmethode "Klaar over". Hoewel we in groep 7 al meedoen aan het landelijke theoretische verkeersexamen, staat het verkeersonderwijs ook op het lesrooster van groep 8. In de bovenbouwgroepen maken we daarnaast ook gebruik van het computerprogramma Verkeerseducatie. Deze Cd-rom is ontwikkeld door de Gemeente Nieuwegein en is uitermate geschikt als voorbereiding op het verkeersexamen. Alle foto’s en filmpjes spelen zich af in Nieuwegein en er komen voor kinderen veel herkenbare verkeerssituaties voorbij.

Engels
Voor het vakgebied Engels (in de groepen 7 en 8) werken we met de methode
Real English. Elke week staat in groep 7-8 een half uur Engels op het rooster.
We besteden vooral aandacht aan de mondelinge taalvaardigheid.


Gymnastiek
De kleutergroepen doen veel aan beweging. Dagelijks spelen ze buiten en maken
gebruik van het prachtig ingerichte speellokaal van onze school. Wekelijks staan in dit lokaal alle aanwezige materialen opgesteld voor de verschillende
bewegingsbanen en het vrije spelen en ook wordt het speellokaal
gebruikt voor dans, muziek en tik- en fantasiespellen.
De groepen 3 t/m 8 maken twee keer per week gebruik van de sporthal naast
de school.
Eén les is een spelles. Tijdens deze lessen wordt aandacht besteed aan (de voorbereiding
van) de verschillende groepsspelen zoals korfbal, trefbal, slagbal, handbal
en basketbal. De tweede les is altijd een toestellenles. Oefenstof voor beide
lessen zijn afkomstig uit de methode Bewegingslessen in het Basisonderwijs.
Jaarlijks organiseren we een atletiekochtend voor de leerlingen in de groepen 3 t/m 8 op de Atletiekbaan Galecopperzoom.

Sportactiviteiten
Met onze school zullen we weer meedoen aan in Nieuwegein georganiseerde sportactiviteiten voor basisscholen. We melden leerlingen (veelal leerlingen uit de groepen 5 t/m 8) van onze school aan voor deelname aan het schoolkorfbal-, schoolhandbal- en het schoolvoetbaltoernooi. De data van de sportactiviteiten worden in de nieuwsbrieven vermeld.

Sociaal emotionele ontwikkeling
Interacties met anderen roepen vrijwel altijd bepaalde emoties op. We vinden de ander juist aardig of niet aardig, we voelen ons prettig of op ons gemak bij die ander; we voelen ons veilig of worden juist bang van de ander.
Deze gevoelens bepalen voor een groot deel hoe we op die anderen zullen reageren, hoe we met hen zullen omgaan. Een leerling krijgt
belangrijke informatie over zich zelf door waar te nemen hoe anderen gevoelsmatig op hem reageren.
Gevoelens van zelfwaardering ontwikkelen zich
onder invloed van de waardering die een leerling van anderen krijgt.
Het doel van de sociaal emotionele
ontwikkeling kan dan als volgt worden geformuleerd:
Het kunnen omgaan met zich zelf en de anderen in diverse situaties op zo'n wijze, dat de persoon daar zelf overwegend
positieve gevoelens bij ervaart, evenals de ander met wie hij omgaat. Maar ook dat negatieve gevoelens constructief worden gehanteerd.
Ten minste één keer per week besteden we in de groepen 1 t/m 8 aandacht aan "het omgaan met elkaar". Een belangrijke doelstelling van de school is om de komende twee jaar een “Kanjerschool” te worden. Zes leerkrachten hebben inmiddels de Kanjertraining gevolgd en mogen in hun groep de lessen geven. De overige teamleden worden komend schooljaar geschoold zodat in alle groepen het lesprogramma aangeboden kan worden.

Vanaf het schooljaar 2007-2008 mag onze school zich "Kanjerschool" noemen. Alle leerkrachten hebben de Kanjertraining gevolgd en mogen dus oook het lesprogramma in de groep aanbieden. De Kanjertraing richt zich op kinderen die niet lekker in hun vel zitten. Kinderen die sociaal onvaardig zijn, zich terugtrekken, slecht vrienschap sluiten of juist grensoverschrijdend en opdringerig zijn. Maar ook kinderen die bijvoorbeeld gepest worden of zelf pesten, onzeker of agressief zijn. Zowel de kinderen als hun ouders kunnen zich daarbij ongelukkig voelen.
Het belangrijkste doel van de Kanjertrainingen is dat een kind positief over zichzelf en de ander leert denken. Ze geeft de kinderen handvatten in sociale situaties zoals: samenwerken, kritiek durven en kunnen geven, uit slachtofferrollen stappen en het heft in eigen hand nemen op een gezonde manier. Ze leert hen te stoppen met treiteren en pesten.
De Kanjertraining is een samenspel tussen school, leerlingen en ouders. Het is dan ook van belang dat uitgangspunten
en doelstellingen bij ouders bekend zijn. Tijdens de informatieavonden zullen we u regelmatig over het lesprogramma en voortgang informeren.
Meer informatie vindt u op de volgende website: www.kanjertraining.nl

Expressie en culturele vorming
Handvaardigheid, tekenen en muziek maken uiteraard deel uit van het programma.
In de loop van het schooljaar bieden de groepsleerkrachten in eigen groep activiteiten
aan rond creativiteit. Op deze wijze maken de kinderen kennis met verschillende
materialen en technieken.
In samenwerking met docenten van De Kom bieden we in deze groepen extra dans-, muziek- en toneellessen aan. Lessen die bekostigd worden vanuit de subsidie die we, ter stimulering van de cultuureducatie, hebben ontvangen van het ministerie van onderwijs.
Voor muziek onderwijs werken we met de methode "Muziek voor de basisschool".
Deze methode hebben we ingevoerd voor de groepen 1 t/m 7. Vanwege het hoge
niveau van deze muziekmethode wordt de leerstof van groep 7 deels verder aangeboden
in groep 8. "Muziek in de basisschool" is een veelomvattende methode.
Liedjes worden gezongen, ritmes geklapt en er wordt aandacht besteed aan
het leren noten lezen. Tevens zijn er luisteroefeningen in de methode opgenomen
en worden er diverse instrumenten besproken.
In 2007 heeft de school, in samenwerking met Kunst Centraal, een Cultuur Educatie Beleidsplan opgesteld. In dit plan wordt beschreven welke culturele activiteiten er op school plaatsvinden, wat de wensen voor de toekomst zijn en in welke stappen nieuwe doelstellingen gerealiseerd kunnen worden.

Huiswerk.
Wij vinden het belangrijk dat de kinderen alle leeractiviteiten zoveel mogelijk
binnen de geplande leertijd moeten kunnen uitvoeren. Na het beëindigen
van een schooldag moet er vooral tijd zijn voor andere activiteiten. In enkele
gevallen verzoeken we ouders thuis met hun kind een bepaalde vaardigheid in
te oefenen.
Vanaf
groep 5 krijgen de kinderen wat meer huiswerk mee. Bijvoorbeeld het voorbereiden
van een toets voor topografie. Naarmate de kinderen wat onder worden breiden
we het huiswerk (taal, spelling, rekenen, wereld-oriëntatie) uit. We proberen
zo de kinderen goed voor te bereiden op het voortgezet onderwijs. In het voortgezet
onderwijs blijkt dat onze leerlingen baat hebben bij het bekend zijn met huiswerk.
Ook maken de kinderen van de bovenbouw werkstukken. Deze werkstukken worden
deels thuis, deels op school gemaakt. Hiervoor kunnen ze gebruik maken van
het documentatiecentrum. Maar ook met behulp van het computernetwerk en via het Kennisnet kunnen de leerlingen de benodigde informatie verzamelen. De
inleverdata worden ruimschoots van te voren gegeven.

Zorgverbreding op onze school
De zorg voor de leerling speelt in het basisonderwijs een belangrijke rol.
Alle leerlingen moeten een ononderbroken ontwikkeling kunnen doormaken. In
ons onderwijsaanbod moeten we dan ook rekening houden met de individuele mogelijkheden
van de leerlingen. Voor de basisvaardigheden (taal, rekenen, lezen en spelling)
worden alle lesdoelen hoofdzakelijk klassikaal aangeboden. De verwerking van
de leerstof kan op verschillende niveaus plaatsvinden.
Tijdens deze fase kan
de leerkracht "directe" hulp bieden
aan de leerlingen die moeite met de leerstof hebben. Voor de leerlingen die
"meer" aankunnen is er extra leerstof aanwezig. Door deze werkwijze hopen we
"uitval" tot een minimum te kunnen beperken.
Toch zijn er kinderen die extra zorg en aandacht nodig hebben. Deze extra hulp
en het treffen van speciale voorzieningen binnen de school noemen we "zorgverbreding".
Hoewel de zorgverbreding een zaak van het hele team is, hebben we op school "Interne
Begeleiders" aangesteld die speciaal met deze taak belast zijn.
De Interne Begeleiders zorgen voor:
De beschikbare RT tijd kan maar éénmaal worden ingezet en is
op een school als de onze dus "kostbaar". Wij kiezen er dan ook voor
om de beschikbare RT tijd voor een groot deel ten goede te laten komen van de
onderbouwgroepen (1 t/m 4).

Plusgroep
In het schooljaar 2006-2007 zijn we gestart met een plusgroep. We vinden het belangrijk om ook de meerbegaafde leerlingen uit te dagen, te prikkelen en vooral werk te bieden waar zij met veel plezier mee aan de slag kunnen gaan. Soms individueel, maar veelal in groepjes. Kinderen uit de midden- en bovenbouw die aan de vastgestelde criteria voldoen, komen voor deze Plusgroep in aanmerking. De uiteindelijke samenstelling van de groep wordt, na overleg, door de Plusgroepbegeleider en IB-ers vastgesteld.

Van curatieve naar preventieve zorg
Was in het verleden de zorg voor de leerling veelal gericht op het wegwerken
van leerachterstanden (curatieve zorg), nu streeft onze school er meer neer
om leerachterstanden te voorkomen (preventieve zorg).
Wij proberen deze preventieve zorg op de volgende wijze invulling te geven:
Binnen het Samenmerkingsverband zijn in het
zorgplan afspraken vastgelegd om de preventieve
zorg op scholen invulling te geven.

Schoolontwikkeling Onderwijs op Maat
Op onze school staan de basisbehoeften van kinderen centraal. Om actief te kunnen leren, moet er aan een aantal behoeften worden voldaan, te weten competentie, relatie en autonomie.
Deze basisbehoeften worden gekoppeld aan drie belangrijke onderdelen van het pedagogisch en didactisch handelen van de leerkracht; nl. interactie, instructie en klassenmanagement. Om dit te realiseren is het nodig om kinderen te ondersteunen, te vertrouwen en uit te dagen. We willen tegemoet komen aan de onderwijsbehoeften van kinderen. In ons onderwijsaanbod binnen de groep komen we tegemoet aan vier typen kinderen, te weten:
a) kinderen die vragen om ontwikkelend onderwijs
b) kinderen die vragen om sturend onderwijs
c) kinderen die vragen om ontdekkend onderwijs
d) kinderen die vragen om kindgericht onderwijs
Om dit te kunnen (blijven) realiseren en meer te laten plaatsvinden in de groep, willen we de komende jaren:
Op onze school willen we zoveel mogelijk uitval van leerlingen voorkomen. Het accent komt steeds meer te liggen op verantwoorde zorg bieden in de groep, met ondersteuning van IB-ers, RT-ers en directie. We sluiten hier aan bij toekomstige ontwikkelingen als zorgplicht binnen passend onderwijs.

Weer samen naar school
(W.S.N.S.)
In augustus 1998 is de Wet op het
Primair Onderwijs. (W.P.O.) in werking getreden.
Voor het eerst vallen dan de basis- en speciaal onderwijs onder dezelfde wet.
We spreken nu over "basisscholen" en "speciale scholen voor basisonderwijs".
De W.S.N.S.-operatie heeft de verschillende vormen van onderwijs bij elkaar
gebracht. Basisscholen en speciale scholen voor basisonderwijs (SBO-scholen)
werken in Nieuwegein al vele jaren samen. We maken gebruik van elkaars deskundigheid.
De Interne Begeleiders bespreken regelmatig onze "zorgleerlingen" met de ambulante begeleider van de SBO-school
De Evenaar . De besprekingen
leiden tot nieuwe inzichten en plannen van aanpak.
Alle W.S.N.S. activiteiten staan beschreven in een Zorgplan. Dit plan is vastgesteld
door alle Nieuwegeinse besturen, de directies en de medezeggenschapsraden van
de Nieuwegeinse scholen voor primair onderwijs.
Alle scholen voor primair onderwijs vormen samen het Samenwerkingsverband
Nieuwegein.

De Permanente Commissie Leerlingenzorg
(P.C.L.).
Alle Nieuwegeinse basisscholen en speciale scholen voor basisonderwijs werken
met elkaar samen in een samenwerkingsverband,
'W.S.N.S.' Nieuwegein.
Uiteraard is iedere school in eerste
instantie verantwoordelijk voor de eigen leerlingen.
Voor deze leerlingen wordt
al het mogelijke gedaan om ze zo goed mogelijk onderwijs te geven. Heeft een
leerling op zijn haar school extra hulp nodig, dan worden daar de nodige
voorzieningen voor getroffen. Dit kan per school verschillen.
Soms komt een school er, wat de juiste hulpverlening betreft, niet uit. In
zo'n geval kan een leerling worden aangemeld bij de Permanente Commissie Leerlingenzorg.
De P.C.L. wordt ingeschakeld bij zogenaamde bovenschoolse vragen en/of hulpverlening.
Daarnaast is de P.C.L. bevoegd te oordelen over de toelaatbaarheid van een
leerling tot een speciale school voor basisonderwijs. De commissie bestaat
uit vertegenwoordigers van het basisonderwijs, de speciale school voor basisonderwijs,
een G.G.D.-arts en een pedagoog.
De P.C.L. heeft de volgende taken:
Veelal vindt aanmelding bij de P.C.L. na overleg tussen school en ouders plaats.
Maar ouders kunnen kinderen ook zélf aanmelden bij de P.C.L. Om het werk goed
te kunnen doen zal de PCL alle relevante informatie opvragen. Uiteraard
dient men zich te houden aan een privacy-reglement.
Indien u het oneens bent met beslissingen van de P.C.L. kunt u bezwaar aantekenen.
De school beschikt, voor de te volgen procedure, over uitgebreidere informatie
over de P.C.L. Tevens zijn we in het bezit van een Zorgplan. In dit plan worden
alle activiteiten van het samenwerkingsverband beschreven. Achterin deze gids
vindt u het adres van de P.C.L.

De verwijzing naar speciaal onderwijs
De verwijzingsprocedure naar het speciaal onderwijs is als volgt:
Alle aanmeldingen voor het speciaal onderwijs komen terecht bij de P.C.L.
Ouders dienen het kind middels een formulier zélf aan te melden. Deze
P.C.L vraagt van de betrokken basisschool een uitgebreide rapportage van
de aangemelde leerling. Zorgvuldige dossiervorming van de zorgleerlingen is
heel belangrijk. De P.C.L. heeft de bevoegheid de toelaatbaarheid tot een
speciale school voor basisonderwijs vast te stellen.

Passend Onderwijs in Nieuwegein
Het onderwerp ‘passend onderwijs’ is in Nieuwegein door de samenwerkende schoolbesturen opgepakt en wordt gezamenlijk uitgewerkt in de periode tot 1 augustus 2008. Hierbij wordt in Nieuwegein binnen het primair onderwijs gestreefd naar een sluitende zorgstructuur, zodat geen kind tussen wal en schip raakt. Voor voortgang en uitkomsten van dit proces kan contact worden opgenomen met de coördinatiegroep “Weer Samen Naar School” van Nieuwegein.

Voor scholen is er een wettelijke regeling "Leerlinggebonden Financiering" van kracht geworden. Deze regeling is bedoeld om de integratie van gehandicapte leerlingen in het basis- en het voortgezet onderwijs te verbeteren. Hierdoor kan het basisonderwijs te maken krijgen met kinderen met een handicap. Spil in deze regeling is de "indicatiestelling": een commissie van indicatie-stelling bepaalt of een leerling in aanmerking komt voor een speciale school gericht op de handicap of voor een speciaal budget. Met dit budget kunnen ouders een school voor gewoon basisonderwijs zoeken en extra zorg voor hun gehandicapte kind inkopen.
In verband met deze regeling hebben alle basisscholen in Nieuwegein, samen met de school voor speciaal basisonderwijs, een aantal afspraken gemaakt. Deze afspraken hebben o.a. betrekking op het kunnen functioneren van de leerling binnen het pedagogisch- en didiactisch klimaat van de school, de haalbaarheid van begeleiding door de school, de aanmeldingsprocedure, de mogelijkheid van een observatieperiode en de inhoud van de begeleiding. Deze afspraken en de uitgangspunten wat betreft de aanname van kinderen met een handicap op de Nieuwegeinse basisscholen zijn opgenomen in het beleidsdocument "Met de Rugzak naar school". Dit document is onderdeel van het Zorgplan van het samenwerkingsverband W.S.N.S. Nieuwegein. U kunt dit document op school inzien.
Stappenplan (t.b.v. plaatsing van een leerling met specifieke behoeften binnen onze school) In de Wet op het Primair Onderwijs (WPO) is in artikel 63, 2e lid bepaald dat een besluit tot toelating van een leerling, voor wie een leerling gebonden budget beschikbaar is, uiterlijk 3 maanden na ontvangst van een verzoek daartoe genomen moet zijn.
stap 1: aanmelding bij de directie van de school (door de ouders) week: 1-3
stap 2: informatie opvragen bij diverse instanties week: 3-6
stap 3: informatie bestuderen door directie, IB'er, externe deskundigen week:
6-9
stap 4: inventarisatie gegevens, overweging
stap
5: besluitvorming week: 9-11
stap 6: bespreking advies m.b.t. aanvraag tot plaatsing (school en ouders) week:
11-13
Dyslexie en dyslexieverklaring
Bij sommige leerlingen kan sprake zijn van een vermoeden van dyslexie. In en na overleg met de ouder(s)/verzorger(s) van een leerling kan het wenselijk zijn om dit vermoeden verder te laten onderzoeken. Dit nader onderzoek naar dyslexie moet door externe deskundigen (instanties) worden verricht. Indien deze deskundige/instantie tot de conclusie komt dat er inderdaad sprake is van dyslexie dan wordt een zogenaamde dyslexieverklaring afgegeven. Aan het onderzoek naar en het afgeven van de dyslexieverklaring kleven nogal hoge kosten. Onze schoolbegeleidingsdienst Eduniek rekent een tarief van € 840,- per onderzoek. Omdat de school geen middelen heeft om deze onderzoeken te betalen komen de kosten voor rekening van de ouder(s)/verzorger(s). Raadpleeg vooral ook de voorwaarden van uw zorgverzekering. Wellicht vergoeden zij deze kosten.

Het onderwijskundig rapport
Over iedere leerling die de school verlaat, stelt de directeur, na overleg
met het onderwijzend personeel, ten behoeve van de P.C.L. of ten behoeve van
de ontvangende school, dit kan zijn een andere basisschool, een school voor
voortgezet onderwijs of een speciale school voor basisonderwijs, een onderwijsrapport
op. Een kopie van dit rapport wordt in het leerlingdossier opgenomen.

Rapportage
Vanzelfsprekend willen we ouders regelmatig informeren over de vorderingen van hun dochter/zoon. De kleuters krijgen tijdens een schooljaar 2 keer het rapportageverslag mee naar huis. Tevens houdt de groepsleerkracht een plakboek bij met werkjes van de kinderen. Leerlingen in de groepen 3 t/m 8 krijgen in een schooljaar 3 keer een rapport mee naar huis. De resultaten/vorderingen kunt u tijdens de zgn. "10 minuten gesprekken" met de groepsleerkracht bespreken. De data van de rapporten en rapportavonden vindt u in hoofdstuk 4.
Mocht u tussendoor behoefte hebben om met de leerkrachten te praten, dan kan dat natuurlijk altijd. Graag even met de betrokken leerkracht een afspraak maken!

Het CITO-leerlingvolgsysteem
CITO is de afkorting voor Centraal Instituut voor Toets Ontwikkeling. Bekend
is natuurlijk de CITO- eindtoets voor het basisonderwijs. Maar het CITO
heeft voor de basisvaardigheden taal, rekenen, lezen en spelling ook toetsen
ontwikkeld. Voor de genoemde basisvaardigheden nemen we op school periodiek
de toetsen af zoals die in de methoden worden aangereikt.
De CITO-toetsen zijn genormeerde toetsen die de behaalde score van de leerling
vergelijkt met een "landelijk gemiddelde". Door deze toetsen tijdens een schooljaar
op vaste momenten af te nemen krijgen we van elke leerling ook een duidelijk
beeld van de ontwikkeling per vakgebied. In ons administratieprogramma kunnen
we alle toetsgegevens van individuele leerlingen opslaan. Dit biedt mogelijkheden
om de cognitieve ontwikkeling van leerlingen in kaart te brengen. Een goede
reden voor ons gebruik te maken van dit leerlingvolgsysteem. In de rapportage
van de leerlingen in de groepen 3 t/m 8 vermelden we dan ook voor de vakgebieden
spelling, rekenen en lezen het "gescoorde" niveau:
| Niveau A: | Goed tot zeer goed |
| Niveau B: | Ruim voldoende tot goed |
| Niveau C: | Matig tot ruim voldoende |
| Niveau D: | Zwak tot matig |
| Niveau E: | Zeer zwak tot zwak |
Een leerling met een D/E score zal op onze school voor extra ondersteuning in
aanmerking komen.


CITO -toetsen groep 1-2
Tijdens de kleuterperiode nemen we bij de jongste en oudste kleuters jaarlijks
de toets Taal voor Kleuters en de toets Ordenen af.
De afname momenten liggen in de maanden februari en juni. De precieze datum
van afname maken we niet aan de ouders/verzorgers bekend. Dit om onnodige druk
bij de kinderen te voorkomen. We nemen deze toets af om te controleren of de
benodigde begrippen voor het onderwijs in groep 3 in voldoende mate aanwezig
zijn.
De opbrengsten zijn veelal in overeenstemming met het beeld dat de leerkrachten al van de leerlingen hebben.

CITO -entreetoets
Begin mei maken de kinderen van de groepen 6 en 7 de C.I.T.O. entreetoets. Deze
landelijke toets, waarbij de basisvaardigheden van de vakgebieden rekenen, taal
en informatieverwerking afgenomen worden, geeft de leerkracht en de ouders inzicht
in de zwakkere en sterkere kanten van de kinderen. De leerkracht heeft in deze
fase van de basisschool dan nog de gelegenheid om, individueel of op groepsniveau,
extra tijd en aandacht aan een leerstofonderdeel te besteden. De toets omvat
de volgende onderdelen:
Omdat niet alle kinderen een zelfde score zullen halen, vinden wij het gewenst
zorgvuldig met de resultaten van de leerlingen om te gaan. Daarom krijgen de
kinderen de uitslag van de toets in een gesloten enveloppe mee naar huis. De
ouders kunnen een afspraak maken om de resultaten van zoon/dochter met de betreffende
leerkracht te bespreken.
In het schooljaar 2007-2008 lag de schoolscore voor groep 6 en 7 ruim boven
het landelijk gemiddelde. Met behulp van het schooloverzicht zullen we voor
dit schooljaar nieuwe aandachtspunten vastleggen die in groep 8 uitgewerkt
zullen worden.

CITO -eindtoets Basisonderwijs
De leerlingen van groep 8 maken de CITO-eindtoets.
Alvorens de kinderen deze toets maken heeft de leerkracht van groep 8 een
adviseringsgesprek met de ouders gehad m.b.t. de verwijzing naar het Voortgezet
Onderwijs. De uitslag van de toets is dus niet alléén bepalend
voor het wel/niet toelaten tot de gekozen school voor voortgezet onderwijs.
Het advies van de school blijft een belangrijke rol spelen. Wel moeten we
opmerken dat scholen voor voortgezet onderwijs een bepaalde score verwachten
voor toelating. Op de informatieavond voor ouders van leerlingen van groep
8 krijgt u hierover meer informatie.
Het is wel belangrijk te melden dat in Nieuwegein alle scholen voor het voortgezet
onderwijs basisschool leerlingen met een cito score, liggend tussen 515 en 523,
een tweede toets laten maken in verband met de extra zorg die eventueel kan
worden verleend (LWOO).
De CITO- eindtoets, bestaande uit 180 opgaven verdeeld over de leerstofonderdelen
taal, rekenen en informatieverwerking, geeft aan in hoeverre de leerling zich
de leerstof van het basisonderwijs heeft eigen gemaakt. De correctie van de
toets wordt door het CITO verricht.
De ouders krijgen de uitslag in de vorm van een "leerlingrapport". Uit het rapport
valt op te maken:

| Jaar | Schoolverlaters | LWOO | VMBO | VMBO TL | TL/Havo | Havo/Vwo | Gym/TVWO |
| 2008 | 50 leerlingen | 12% | 10% | 4% | 20% | 36% | 18% |
| 2007 | 37 leerlingen | 11% | 13% | 5% | 22% | 22% | 27% |
| 2006 | 42 leerlingen | 5% | 5% | 5% | 28% | 43% | 14% |
| 2005 | 34 leerlingen | 6% | 23% | 9% | 50% | 12% | |
| 2004 | 27 leerlingen | 11% | 11% | 41% | 22% | 15% | |
| 2003 | 40 leerlingen | 10 % | 18% | 30% | 32% | 10% |

Verkeersexamen
Elk jaar nemen de kinderen van groep 7 deel aan de landelijke verkeersproef in april. Dit is een schriftelijk examen waar de geslaagden een echt diploma voor krijgen. In het afgelopen schooljaar konden de drie scholen in Galecop ook een praktische verkeersproef afnemen. In samenwerking met de Nieuwegeinse politie wordt dit praktische examen dit schooljaar weer georganiseerd. De datum vindt u in hoofdstuk 4.

Computeronderwijs
Werken met computers is een leuke, maar vooral zinvolle activiteit. Belangrijkste doelstelling van het computeronderwijs is dat alle activiteiten onderwijsondersteunend dienen te zijn. Hiervoor is een coördinator aangesteld. De afgelopen jaren hebben kinderen en hulpouders heel wat ervaring opgedaan tijdens het werken met de computers. Op gezette tijden worden de kinderen uit de klas gehaald voor "computeractiviteiten". Voor nieuwe kleuters geldt dat hun eerste kennismaking met de computer zal worden gestart vanuit activerende programma’s voor taal- en rekenontwikkeling. Voor de andere groepen zullen activiteiten ontwikkeld worden die zoveel mogelijk gericht zijn op actuele onderwijszaken binnen de groep. Te denken valt aan: spellingpakketten, topografie, begrijpend lezen etc. Maar ook het netwerk moet door kinderen optimaal gebruikt gaan worden. Met behulp van Kennisnet kan informatie worden verzameld voor het maken van werkstukken. In groep 6 krijgen de leerlingen een typecursus. Zij krijgen hiervoor echter géén officieel diploma. Een cursus Word, PowerPoint en Excel wordt ook vanaf groep 6 aangeboden. Ouders die bij het computeronderwijs willen helpen nodigen we van harte uit zich aan te melden. De Ouderraad blijft haar financiële steun toezeggen bij de aanschaf van nieuwe programma’s.


Leermiddelen
Alle leermiddelen worden verstrekt door de school. Naast de gewone gebruiksartikelen zoals potlood, liniaal, gum, schriften enz. krijgen de kinderen in groep 3 ook een vulpen (eigen bijdrage van € 4,00). Deze LAMY vulpen, voorzien van "grip", is van uitstekende kwaliteit en dient gebruikt te worden tot en met groep 8. De kinderen houden deze pen gedurende hun schoolloopbaan. De bijbehorende inktpatronen worden door de school verstrekt.
In het afgelopen schooljaar hebben we gemerkt dat veel kinderen weer met een "eigen" vulpen gaan schrijven. De kwaliteit van deze pennen is beduidend minder dan de kwaliteit van de Lamy-pen en komt het schrijfonderwijs niet ten goede. Als de "schoolpen" kapot is gaan we er vanuit dat ouders/verzorgers een nieuwe Lamy-pen aanschaffen. Verder verwachten we van de kinderen dat ze zuinig en voorzichtig met de schoolmaterialen omgaan. Indien iets onverhoopt, door onvoorzichtig gebruik stuk gaat of kwijtraakt, dan dient dit vergoed te worden door de ouder(s)/ verzorger(s) van de betreffende leerling.
